Hoe ontsnappen aan de belasting op de liquidatiebonus

3 Aug 2015

Er zijn nog mogelijkheden om te ontsnappen aan de roerende voorheffing van 25 procent - straks misschien 27 procent - op de liquidatiebonus. Daartoe heeft de regering-Michel de deur wijd open gezet. Meer nog: ‘Soms betaalt u een tarief dat in geen jaren zo laag was’, zegt fiscaal advocaat Willy Huber.

Toen de regering-Di Rupo aankondigde dat ze de roerende voorheffing op de liquidatie-bonus - het bedrag dat een ondernemer zichzelf kan uitkeren als zijn vennootschap is vereffend - zou optrekken van 10 tot 25 procent stond ondernemend Vlaanderen op zijn kop. Nogal wat ondernemers hadden de winsten van hun vennootschap niet uitgekeerd, maar in hun onderneming gelaten. Zo konden ze die ‘pensioenspaarpot’ op het einde van hun carrière tegen een fiscaal voordelig tarief van 10 procent aan zichzelf uitkeren.

Alle protesten ten spijt, hield de vorige regering voet bij stuk. Daardoor is op alle uitkeringen van liquidatiedividenden sinds 1 oktober 2014 een roerende voorheffing verschuldigd van 25 in plaats van 10 procent.

Fiscale advocaten verwachten dat de roerende voorheffing op de liquidatiebonus, in het raam van de onlangs aangekondigde taxshift, zal stijgen tot 27 procent, net zoals voor andere dividenden. Maar het kabinet van de federale minister van Financiën, Johan Van Overtveldt (N-VA), laat dit nog in het midden. ‘We zullen bij de verdere technische uitwerking bekijken of ook de roerende voorheffing op de liquidatiebonus zal stijgen tot 27 procent’, klinkt het.

Als er weer een tariefverhoging volgt, zou dit betekenen dat het tarief in amper twee jaar tijd bijna verdrievoudigt: van 10 naar 27 procent. Toch geeft de federale regering ondernemers ruim de mogelijkheid hieraan te ontsnappen. Volgens advocaat Willy Huber  zijn er verschillende opties.

1 Leg een liquidatiereserve aan

Boekt uw bedrijf winst en keert u de winst uit in de vorm van een dividend, dan houdt u daarvan minder dan de helft over. (Scenario 1 in de infografiek). Hetzelfde geldt als u uw bedrijf stopzet en de winst op het einde van de rit uitkeert in de vorm van een liquidatiedividend. Daarom kunt u maar beter nu al een liquidatiereserve aanleggen. ‘Deze mogelijkheid is de meest voordelige’, zegt Huber. Het systeem bestaat erin dat je de geboekte winst van bijvoorbeeld 200.000 euro in de vennootschap laat en niet uitkeert. Na de betaling van de vennootschapsbelasting rest daarvan 132.020 euro. Die winst kan je bij de vereffening belastingvrij uit de vennootschap halen op voorwaarde dat de vennootschap meteen een bijzondere heffing van 10 procent betaalt. En hier komt de kat op de koord. In feite hoeft niemand 10 procent te betalen op de winst na de vennootschapsbelasting of op 132.020 euro. Je moet het tarief van 10 procent toepassen op een lager bedrag, namelijk op 132.020: 1,1, dus op 120.018,18 euro. Dat is de eigenlijke liquidatiereserve. Daardoor zakt het feitelijke tarief op de winst tot 9,09 procent, het goedkoopste tarief in jaren’, aldus Huber. (Scenario 2 op de infografiek).

Deze uitweg staat alleen open voor kmo’s. De mogelijkheid kan maar benut worden vanaf aanslagjaar 2015. Als uw boekjaar samenvalt met een kalenderjaar, dan kunt u ze toepassen op de winsten vanaf 2014.

Een bijkomende voorwaarde is dat u de winsten in de vennootschap laat tot aan de vereffening. Wenst u de gereserveerde winsten toch eerder uit uw bedrijf te halen, dan is er boven op de al betaalde 10 procent toch nog een roerende voorheffing verschuldigd. Die bedraagt 15 of 5 procent naargelang de reservering van de winst minder of meer dan vijf jaar geleden plaatsvond. Is het minder dan 5 jaar geleden, dan komt het totale tarief evengoed uit op 25 procent, want dan moet u 15 procent bijbetalen. Wacht u meer dan vijf jaar, dan betaalt u in het totaal 15 procent. (Zie scenario 3). ‘Maar ook dan betaalt u, mits u de juiste berekeningsbasis toepast, in plaats van 25 procent in feite slechts 22,73 procent en in plaats van 15 procent slechts 13,64 procent’, zegt Huber.

2 Bijzondere liquidatiereserve

Een tweede mogelijkheid is opgenomen in de programmawet die vorige week in de Kamer werd goedgekeurd. Deze heeft alleen betrekking op de aanslagjaren 2014 en 2013 en dus op de winsten van respectievelijk 2013 en 2012 als uw boekjaar samenvalt met een kalenderjaar.

‘De techniek is net dezelfde als voor de aanleg van een gewone liquidatiereserve. De ondernemer hoeft niets meer te betalen bij de vereffening van de vennootschap als hij nu meteen 10 procent (in feite 9,09 procent) op de winsten van 2013 of 2012 betaalt’, vervolgt Huber. Maar om van deze mogelijkheid te genieten, moet u zich reppen. Voor winsten van het aanslagjaar 2013, moet de bijzondere heffing aangegeven én betaald zijn voor 30 november 2015. Voor winsten van aanslagjaar 2014, hebt u nog tijd tot 30 november 2016 om de bijzondere heffing te betalen.

3Vers kapitaal in bestaande vennootschap

Dat ook dit scenario erg voordelig kan zijn, bewijst het volgende voorbeeld. Veronderstel dat u de oprichter en aandeelhouder bent van een kmo met een initieel kapitaal van 18.550 euro. U voert een kapitaalverhoging door van 166.950 euro om het te brengen op 185.500 euro. Op het eerste gezicht lijkt 166.960 euro een onoverkomelijk bedrag. Maar geen nood. U moet initieel maar een vijfde of 33.390 volstorten.

Na de kapitaalverhoging bestaat het kapitaal voor een tiende uit oud kapitaal en voor 90 procent uit nieuw kapitaal. Keert u na een paar jaar een dividend uit van 132.020 euro, dan wordt slechts een tiende belast aan 25 procent. De overige 90 procent wordt belast aan 15 procent. Op een tiende van het dividend of op 13.202 betaalt u dan 25 procent of 3.300 euro belasting. Op de overige 90 procent of op 118.818 betaalt u slechts 15 procent of 17.823 euro. Samen dus 21.123 euro, een bedrag dat veel lager is dan als u op het dividend van 132.020 euro 25 procent of 33.005 euro roerende voorheffing zou betalen.

Ook aan deze piste zijn voorwaarden verbonden. Zo moet het bedrag van de kapitaalverhoging volledig volgestort zijn op het ogenblik dat het dividend wordt uitgekeerd. De mogelijkheid bestaat alleen voor kmo’s die aandelen uitgeven op naam en waarop in geld wordt ingetekend. Belangrijk is dat het verse kapitaal enkele jaren in de vennootschap blijft.

Deze mogelijkheid is ook voor startende ondernemingen een belangrijke kans.

Bron: Tijd

Fiscale advocaten verwachten dat de roerende voorheffing op de liquidatiebonus, in het raam van de onlangs aangekondigde taxshift, zal stijgen tot 27 procent, net zoals voor andere dividenden. Maar het kabinet van de federale minister van Financiën, Johan Van Overtveldt (N-VA), laat dit nog in het midden. ‘We zullen bij de verdere technische uitwerking bekijken of ook de roerende voorheffing op de liquidatiebonus zal stijgen tot 27 procent’, klinkt het.

Als er weer een tariefverhoging volgt, zou dit betekenen dat het tarief in amper twee jaar tijd bijna verdrievoudigt: van 10 naar 27 procent. Toch geeft de federale regering ondernemers ruim de mogelijkheid hieraan te ontsnappen. Volgens advocaat Willy Huber  zijn er verschillende opties.

1 Leg een liquidatiereserve aan

Boekt uw bedrijf winst en keert u de winst uit in de vorm van een dividend, dan houdt u daarvan minder dan de helft over. (Scenario 1 in de infografiek). Hetzelfde geldt als u uw bedrijf stopzet en de winst op het einde van de rit uitkeert in de vorm van een liquidatiedividend. Daarom kunt u maar beter nu al een liquidatiereserve aanleggen. ‘Deze mogelijkheid is de meest voordelige’, zegt Huber. Het systeem bestaat erin dat je de geboekte winst van bijvoorbeeld 200.000 euro in de vennootschap laat en niet uitkeert. Na de betaling van de vennootschapsbelasting rest daarvan 132.020 euro. Die winst kan je bij de vereffening belastingvrij uit de vennootschap halen op voorwaarde dat de vennootschap meteen een bijzondere heffing van 10 procent betaalt. En hier komt de kat op de koord. In feite hoeft niemand 10 procent te betalen op de winst na de vennootschapsbelasting of op 132.020 euro. Je moet het tarief van 10 procent toepassen op een lager bedrag, namelijk op 132.020: 1,1, dus op 120.018,18 euro. Dat is de eigenlijke liquidatiereserve. Daardoor zakt het feitelijke tarief op de winst tot 9,09 procent, het goedkoopste tarief in jaren’, aldus Huber. (Scenario 2 op de infografiek).

Deze uitweg staat alleen open voor kmo’s. De mogelijkheid kan maar benut worden vanaf aanslagjaar 2015. Als uw boekjaar samenvalt met een kalenderjaar, dan kunt u ze toepassen op de winsten vanaf 2014.

Een bijkomende voorwaarde is dat u de winsten in de vennootschap laat tot aan de vereffening. Wenst u de gereserveerde winsten toch eerder uit uw bedrijf te halen, dan is er boven op de al betaalde 10 procent toch nog een roerende voorheffing verschuldigd. Die bedraagt 15 of 5 procent naargelang de reservering van de winst minder of meer dan vijf jaar geleden plaatsvond. Is het minder dan 5 jaar geleden, dan komt het totale tarief evengoed uit op 25 procent, want dan moet u 15 procent bijbetalen. Wacht u meer dan vijf jaar, dan betaalt u in het totaal 15 procent. (Zie scenario 3). ‘Maar ook dan betaalt u, mits u de juiste berekeningsbasis toepast, in plaats van 25 procent in feite slechts 22,73 procent en in plaats van 15 procent slechts 13,64 procent’, zegt Huber.

2 Bijzondere liquidatiereserve

Een tweede mogelijkheid is opgenomen in de programmawet die vorige week in de Kamer werd goedgekeurd. Deze heeft alleen betrekking op de aanslagjaren 2014 en 2013 en dus op de winsten van respectievelijk 2013 en 2012 als uw boekjaar samenvalt met een kalenderjaar.

‘De techniek is net dezelfde als voor de aanleg van een gewone liquidatiereserve. De ondernemer hoeft niets meer te betalen bij de vereffening van de vennootschap als hij nu meteen 10 procent (in feite 9,09 procent) op de winsten van 2013 of 2012 betaalt’, vervolgt Huber. Maar om van deze mogelijkheid te genieten, moet u zich reppen. Voor winsten van het aanslagjaar 2013, moet de bijzondere heffing aangegeven én betaald zijn voor 30 november 2015. Voor winsten van aanslagjaar 2014, hebt u nog tijd tot 30 november 2016 om de bijzondere heffing te betalen.

3Vers kapitaal in bestaande vennootschap

Dat ook dit scenario erg voordelig kan zijn, bewijst het volgende voorbeeld. Veronderstel dat u de oprichter en aandeelhouder bent van een kmo met een initieel kapitaal van 18.550 euro. U voert een kapitaalverhoging door van 166.950 euro om het te brengen op 185.500 euro. Op het eerste gezicht lijkt 166.960 euro een onoverkomelijk bedrag. Maar geen nood. U moet initieel maar een vijfde of 33.390 volstorten.

Na de kapitaalverhoging bestaat het kapitaal voor een tiende uit oud kapitaal en voor 90 procent uit nieuw kapitaal. Keert u na een paar jaar een dividend uit van 132.020 euro, dan wordt slechts een tiende belast aan 25 procent. De overige 90 procent wordt belast aan 15 procent. Op een tiende van het dividend of op 13.202 betaalt u dan 25 procent of 3.300 euro belasting. Op de overige 90 procent of op 118.818 betaalt u slechts 15 procent of 17.823 euro. Samen dus 21.123 euro, een bedrag dat veel lager is dan als u op het dividend van 132.020 euro 25 procent of 33.005 euro roerende voorheffing zou betalen.

Ook aan deze piste zijn voorwaarden verbonden. Zo moet het bedrag van de kapitaalverhoging volledig volgestort zijn op het ogenblik dat het dividend wordt uitgekeerd. De mogelijkheid bestaat alleen voor kmo’s die aandelen uitgeven op naam en waarop in geld wordt ingetekend. Belangrijk is dat het verse kapitaal enkele jaren in de vennootschap blijft.

Deze mogelijkheid is ook voor startende ondernemingen een belangrijke kans.

Toen de regering-Di Rupo aankondigde dat ze de roerende voorheffing op de liquidatie-bonus - het bedrag dat een ondernemer zichzelf kan uitkeren als zijn vennootschap is vereffend - zou optrekken van 10 tot 25 procent stond ondernemend Vlaanderen op zijn kop. Nogal wat ondernemers hadden de winsten van hun vennootschap niet uitgekeerd, maar in hun onderneming gelaten. Zo konden ze die ‘pensioenspaarpot’ op het einde van hun carrière tegen een fiscaal voordelig tarief van 10 procent aan zichzelf uitkeren.

Alle protesten ten spijt, hield de vorige regering voet bij stuk. Daardoor is op alle uitkeringen van liquidatiedividenden sinds 1 oktober 2014 een roerende voorheffing verschuldigd van 25 in plaats van 10 procent.

Fiscale advocaten verwachten dat de roerende voorheffing op de liquidatiebonus, in het raam van de onlangs aangekondigde taxshift, zal stijgen tot 27 procent, net zoals voor andere dividenden. Maar het kabinet van de federale minister van Financiën, Johan Van Overtveldt (N-VA), laat dit nog in het midden. ‘We zullen bij de verdere technische uitwerking bekijken of ook de roerende voorheffing op de liquidatiebonus zal stijgen tot 27 procent’, klinkt het.

Als er weer een tariefverhoging volgt, zou dit betekenen dat het tarief in amper twee jaar tijd bijna verdrievoudigt: van 10 naar 27 procent. Toch geeft de federale regering ondernemers ruim de mogelijkheid hieraan te ontsnappen. Volgens advocaat Willy Huber  zijn er verschillende opties.

1 Leg een liquidatiereserve aan

Boekt uw bedrijf winst en keert u de winst uit in de vorm van een dividend, dan houdt u daarvan minder dan de helft over. (Scenario 1 in de infografiek). Hetzelfde geldt als u uw bedrijf stopzet en de winst op het einde van de rit uitkeert in de vorm van een liquidatiedividend. Daarom kunt u maar beter nu al een liquidatiereserve aanleggen. ‘Deze mogelijkheid is de meest voordelige’, zegt Huber. Het systeem bestaat erin dat je de geboekte winst van bijvoorbeeld 200.000 euro in de vennootschap laat en niet uitkeert. Na de betaling van de vennootschapsbelasting rest daarvan 132.020 euro. Die winst kan je bij de vereffening belastingvrij uit de vennootschap halen op voorwaarde dat de vennootschap meteen een bijzondere heffing van 10 procent betaalt. En hier komt de kat op de koord. In feite hoeft niemand 10 procent te betalen op de winst na de vennootschapsbelasting of op 132.020 euro. Je moet het tarief van 10 procent toepassen op een lager bedrag, namelijk op 132.020: 1,1, dus op 120.018,18 euro. Dat is de eigenlijke liquidatiereserve. Daardoor zakt het feitelijke tarief op de winst tot 9,09 procent, het goedkoopste tarief in jaren’, aldus Huber. (Scenario 2 op de infografiek).

Deze uitweg staat alleen open voor kmo’s. De mogelijkheid kan maar benut worden vanaf aanslagjaar 2015. Als uw boekjaar samenvalt met een kalenderjaar, dan kunt u ze toepassen op de winsten vanaf 2014.

Een bijkomende voorwaarde is dat u de winsten in de vennootschap laat tot aan de vereffening. Wenst u de gereserveerde winsten toch eerder uit uw bedrijf te halen, dan is er boven op de al betaalde 10 procent toch nog een roerende voorheffing verschuldigd. Die bedraagt 15 of 5 procent naargelang de reservering van de winst minder of meer dan vijf jaar geleden plaatsvond. Is het minder dan 5 jaar geleden, dan komt het totale tarief evengoed uit op 25 procent, want dan moet u 15 procent bijbetalen. Wacht u meer dan vijf jaar, dan betaalt u in het totaal 15 procent. (Zie scenario 3). ‘Maar ook dan betaalt u, mits u de juiste berekeningsbasis toepast, in plaats van 25 procent in feite slechts 22,73 procent en in plaats van 15 procent slechts 13,64 procent’, zegt Huber.

2 Bijzondere liquidatiereserve

Een tweede mogelijkheid is opgenomen in de programmawet die vorige week in de Kamer werd goedgekeurd. Deze heeft alleen betrekking op de aanslagjaren 2014 en 2013 en dus op de winsten van respectievelijk 2013 en 2012 als uw boekjaar samenvalt met een kalenderjaar.

‘De techniek is net dezelfde als voor de aanleg van een gewone liquidatiereserve. De ondernemer hoeft niets meer te betalen bij de vereffening van de vennootschap als hij nu meteen 10 procent (in feite 9,09 procent) op de winsten van 2013 of 2012 betaalt’, vervolgt Huber. Maar om van deze mogelijkheid te genieten, moet u zich reppen. Voor winsten van het aanslagjaar 2013, moet de bijzondere heffing aangegeven én betaald zijn voor 30 november 2015. Voor winsten van aanslagjaar 2014, hebt u nog tijd tot 30 november 2016 om de bijzondere heffing te betalen.

3Vers kapitaal in bestaande vennootschap

Dat ook dit scenario erg voordelig kan zijn, bewijst het volgende voorbeeld. Veronderstel dat u de oprichter en aandeelhouder bent van een kmo met een initieel kapitaal van 18.550 euro. U voert een kapitaalverhoging door van 166.950 euro om het te brengen op 185.500 euro. Op het eerste gezicht lijkt 166.960 euro een onoverkomelijk bedrag. Maar geen nood. U moet initieel maar een vijfde of 33.390 volstorten.

Na de kapitaalverhoging bestaat het kapitaal voor een tiende uit oud kapitaal en voor 90 procent uit nieuw kapitaal. Keert u na een paar jaar een dividend uit van 132.020 euro, dan wordt slechts een tiende belast aan 25 procent. De overige 90 procent wordt belast aan 15 procent. Op een tiende van het dividend of op 13.202 betaalt u dan 25 procent of 3.300 euro belasting. Op de overige 90 procent of op 118.818 betaalt u slechts 15 procent of 17.823 euro. Samen dus 21.123 euro, een bedrag dat veel lager is dan als u op het dividend van 132.020 euro 25 procent of 33.005 euro roerende voorheffing zou betalen.

Ook aan deze piste zijn voorwaarden verbonden. Zo moet het bedrag van de kapitaalverhoging volledig volgestort zijn op het ogenblik dat het dividend wordt uitgekeerd. De mogelijkheid bestaat alleen voor kmo’s die aandelen uitgeven op naam en waarop in geld wordt ingetekend. Belangrijk is dat het verse kapitaal enkele jaren in de vennootschap blijft.

Deze mogelijkheid is ook voor startende ondernemingen een belangrijke kans.

Bron: Tijd